
Het broedseizoen 2007 verliep dan ook stukken beter dan vorig jaar. Voor een deel van de kerkuilen in ons werkgebied was het broedseizoen al aanmerkelijk vroeger begonnen dan in andere jaren. Waarschijnlijk speelde het extreem warme voorjaarsweer hier een rol. Op een aantal locaties werden begin mei al nesten met jongen van 5 weken oud gesignaleerd, ook werd een aantal zeer grote legsels gevonden.
Met name in het begin van het broedseizoen lukte het ons niet alle jongen te ringen. Dat was te wijten aan soorten als Havik en Sperwer die in dezelfde periode geringd werden. In het latere jaar werden wel veel nesten geringd, het totaal aantal geringde vogels bedroeg 140 stuks! 2007 is daarmee het beste jaar ooit sinds de oprichting in 1993 van de Kerkuilenwerkgroep Betuwe-Oost!
Dat we niet alleen kerkuilen aantreffen blijkt wel uit de foto hiernaast. Op de foto, gemaakt bij Fort Pannerden, is een gigantisch kauwennest te zien. Als ware bouwmeesters stapelen ze net zolang takken op elkaar dat het nest net zo hoog is zoals zij dat willen hebben...
Dat je als kerkuil af en toe je leven niet zeker bent is algemeen bekend. Vergiftigde muizen en het verkeer zijn maar twee voorbeelden die je het leven als kerkuil niet makkelijk maken. Maar dat je zelfs in je eigen nestkast niet veilig bent blijkt wel uit onderstaand verslag.
Er was dus geen dikke laag braakballen waardoor de kast topzwaar geworden was maar de kast was eenvoudigweg niet goed bevestigd. Nadat we zaterdagochtend al wat andere uilen hadden geringd gingen we maar eens kijken hoe het ervoor stond. Het was dan ook een hele opluchting toen bleek dat er gewoon 4 kerngezonde vliegvlugge jongen in de kast zaten.
Toch flexibele vogels die Kerkuilen!
Jan Jacobs
Van kerkuilen wordt beweerd dat ze van nature holenbroeders zijn, alleen, in Nederland is hiervan heel weinig te merken. Slechts enkele gevallen zijn bekend, waarvan één in het Land van Maas en Waal. In 2005 ontdekte Rob Felix binnen het werkgebied van de Kerkuilenwerkgroep Betuwe-Oost een broedsel van een kerkuil in een holle boom. Een prachtige eeuwenoude kastanjeboom werd door een paartje kerkuilen uitgekozen als natuurlijke nestplaats voor het uitbroeden en grootbrengen van hun nageslacht. In 2006, een daljaar voor de kerkuilen binnen ons werkgebied, werden alleen verse braakballen gevonden. Maar, in 2007 was het weer raak! Het afgelopen jaar werden er weer vijf jonge kerkuiltjes grootgebracht.
Nu blijken kerkuilen vaak niet echt kieskeurig wat betreft de keuze van hun nestplaats, zelfs melkbussen en hooiblazers worden gebruikt als broedplek, maar dit zijn uitzonderlijke situaties. Normaal gesproken broedt een kerkuil op donkere ruime plaatsen in en rondom boerderijen en kerken. Een broedsel in een natuurlijke boomholte is voor Nederlandse begrippen toch wel erg verrassend te noemen. In Nederland is slechts een enkele broedplaats bekend waar kerkuilen regelmatig broeden in een holle boom. Uit onderzoek blijkt dat slechts in 0,2 procent van alle broedgevallen een holte in een boom als nestplaats wordt uitgekozen!
In 2007 zijn er landelijk meer dan 3900 kerkuilenbroedsels geteld, in slechts één geval bleek dat aan een holle boom als nestplaats de voorkeur werd gegeven: het broedgeval in de kastanjeboom. Eigenlijk is in heel Nederland slechts één andere plek bekend waar kerkuilen in het nabije verleden in een holle boom hebben gebroed. Alleen in 2004, op Schouwen-Duiveland, werden in een boomholte met succes twee jonge kerkuilen grootgebracht. In andere landen, zoals in Groot Brittannië, is het percentage holleboombroeders onder de kerkuilen vele malen hoger. Wat bepaalt dan dat kerkuilen daar massaal kiezen voor een holle boom in plaats van een gebouw, terwijl het hier in Nederland een zeldzaamheid is?
Om een kerkuil een geschikte broedplaats te kunnen bieden dient er sprake te zijn van een grote oude boom, vaak een eik, iep of esdoorn, van minimaal 200 jaar oud! In jongere bomen zal een eventuele holte nog te klein zijn. Daarnaast moet deze boom bij voorkeur niet in een bos staan, maar meer solitair gesitueerd zijn in het buitengebied of op een landgoed. In ons broedgeval wordt voldaan aan deze eisen, er wordt gebroed in een schitterende eeuwenoude boom, weliswaar een kastanje, die staat op een prachtig, voor het publiek gesloten, landgoed. Ook op Schouwen-Duiveland werd voldaan aan de eisen, ook hier een oude boom, dit keer in een slotbos.
De foto hierboven geeft een prachtig kijkje in het binnenste van de kastanje. De broedplek, mooi droog, is veel ruimer dan gedacht en bood genoeg ruimte voor de vijf jongen die uiteindelijk succesvol uitvlogen. natuurlijk zijn we benieuwd waar de jonge uiltjes als broedende uilen weer opduiken, in een nestkast of weer in een holle boom? Wanneer jonge kerkuilen zelf voor het eerst gaan broeden hebben ze een voorkeur voor het type broedplaats (nestkast, boomholte, kale grond etc.) waarop ze zelf zijn grootgebracht. Dat het ondanks dat ook anders kan verlopen blijkt al gauw uit verhalen van een nabije buurman van de kerkuilen in de kastanjeboom: hij wist te vertellen dat er in zijn jongensjaren al kerkuilen broedden in de eeuwenoude linde die in hun voortuin staat. De laatste keer was rond 1968. De vogels verhuisden naar een schuur achter het erf toen de linde flink gesnoeid werd. Slimme jongens die kerkuilen, flexibel kiezen wat het beste uitkomt…
Paul Spierings en Jan Jacobs
Uit de Uilen Nieuwsbrief Jaargang 3 nummer 1 (2007)
De foto uit 2005 is gemaakt door Peter Bloemhard en laat twee vliegvlugge jongen zien. Het eerste broedgeval voor 2007 is al weer binnen. Sneller dan verwacht bleken er op 5 maart, drie eieren te liggen in de kast van het voormalige NH-kerkje van Ooy. Het een en ander is te volgen via de webcam op de nieuwe site van de werkgroep www.kerkuilen.nu. Paul Spierings, de bewoner van het kerkje, is de maker van de site waarvoor we hem bijzonder dankbaar zijn. Op de site ook een kidspagina, gedacht wordt om die pagina in samenwerking met een klas (groep 6 of 7) te vullen. Verder staan op de site leuke terugmeldingen van onze uilen, zo blijkt onze oudste uil een Groesbeker te zijn en ook het afstandsrecord staat op naam van een Groesbeekse uil.
Jan Jacobs.
| Regio coordinator |