Noord-Holland terug
Uit de Uilen Nieuwsbrief Jaargang 3 nummer 1 (2007)
Op 22 februari 2006 wordt een dode kerkuil(verkeersslachtoffer) gevonden in de buurt van het pondje Westeinde aan de N-9. In de buurt staat een boerderij waar soms een kerkuil is gezien. Deze kerkuil was niet geringd. 26 februari 2006 is het weer raak. Ditmaal een dode kerkuil bij vliegveld de Kooy ook aan de N-9 (verkeersslachtoffer). De vogel blijkt evenals de vorige niet geringd en de melder laat de vogel in eerste instantie liggen. Later als hij hem wil ophalen, heeft iemand anders de vogel mee genomen
En de kerkuilen, zij kwamen terug en er werd daarna elk jaar in deze kast gebroed! Maar toen kwam de winter 2005 / 2006. Het dak van de bollenschuur moest worden vernieuwd en daardoor waren de kerkuilen tijdelijk niet welkom. De invliegpijp werd afgesloten, er werd hard en efficiënt aan het dak gewerkt en binnen no-time waren de kerkuilen weer welkom. Dat was februari, maar de infrarood camera - waardoor er in de kast gekeken kon worden - had de geest gegeven en de man die de camera kon repareren was aan het overwinteren in Spanje. Men wilde de eventuele activiteiten in de kast niet verstoren, dus werd er hoegenaamd niet in de kast gekeken...
In april bleken er 3 jonge bosuilen in de kast te zitten!
Besloten werd om op 6 mei deze vogels te ringen. Op de ringavond ging de nestkasthouder de ladder op om de vogels uit de kast te halen. Hij bleef lang weg. De achtergebleven waren al bang dat hij klem zat in het hok, maar nee hoor hij kwam voorzichtig met de weekendtas naar beneden. Maar toch had hij een vreemde uitdrukking op zijn gezicht. Zou er iets gebeurd zijn daarboven? Hij zei niets, maar maakte voorzichtig de tas open.
En wat zat er in die tas? : 1 bosuilenjong en een volwassen kerkuil (een mooie donkere.
Het Bosuilenjong zag er prachtig uit, lekker stevig, 319 gram en met grote klauwen I 77 mm en II 60 mm. Het jong werd geringd. Bij de kerkuil was dat niet nodig, want die droeg al een ring (5.382.569). Het bleek een door ons geringde uil te zijn. Dat was het jaar daarvoor gebeurd aan de Hondsbosseweg in Heemskerk.
Omdat men bang was dat de kerkuil door de bosuil-ouders zou worden opgegeten wanneer ze hun jong kwamen voeren, is de kerkuil netjes in een doos gestopt en heeft men hem laten vliegen toen het donker was.
Reinder Dokter / Henk Eenhoorn
Een voorval uit de jaren negentig, toch misschien nuttig om te weten.
St. Maartenszee, 1993 was niet zonder problemen.
Voor het derde jaar is hier nu met succes gebroed. Op 14 mei hoorden we voor het eerst de geluidjes die de jonge uilen maakten. Met het openen van de kast werd nog gewacht totdat ook het vrouwtje er op uit trok om voor voedsel te zorgen. Op 24 mei troffen we maar liefst 6 jonge Kerkuilen aan in de kast. De drie kleinste vogels die nog heel klein waren, zaten verborgen onder de grootste vogels. Twijfels over de levenskansen van de kleintjes hadden we wel maar het hele stel groeide voorspoedig op. Op 21 juni konden alle zes geringd worden. De oudste was nu zo'n vijf en een halve week oud en alle vogels maakten een prima indruk.
Dan slaat het noodlot toe.........
Met observaties in de avonduren was het ons opgevallen dat het eigenlijk wel erg rustig was in de kast. Zes Kerkuilen van deze leeftijd moeten met elkaar een heleboel kabaal maken en dat hoorden we onvoldoende. We wilden voor de rust van de jongen de kast niet aldoor open maken om te kijken maar in de avond van 19 juli konden we het niet meer afwachten. We troffen slechts twee jonge Kerkuilen in de kast aan die groot genoeg waren om weg te vliegen wat ze ook deden. Het leek er op dat de andere vier jongen de kast al verlaten hadden en ergens in de omgeving moesten zijn. De bodem van de kast (gevuld met turfmolm maar nu vies en vuil van de braakballen en de uitwerpselen) zag bij de uitvliegopening wel wat hoog. Hieruit viste ik de vier karkassen van de ontbrekende jongen uit te voorschijn. Moeilijk te schatten hoelang ze al dood waren maar toch wel zo'n dag of tien tot veertien. Ik kreeg het gevoel dat ze min of meer tegelijk zijn gestorven. Maar waarom?? Vorig jaar (1992) hebben we ook het onverklaarbare sterven van twee van de vier jongen gehad in deze kast. Die waren toen veel kleiner en nog niet geringd.
Luc Smit zet me aan het denken als hij het over de temperatuur in de kast heeft, die met warm weer behoorlijk kan oplopen. De plaats van de kast, dicht onder het dak van golfplaten in de schuur werkt daar ook aan mee.
Tussen 29 juni en 4 juli was een warme periode. De temperaturen waren achtereenvolgens 26, 27, 26, 23, 21 en 24 graden Celsius.
De lucht in de broedkast is altijd al een verschrikking. Ammoniakgas wordt ontwikkeld als de uitwerpselen tot ontbinding overgaan. Samen met de braakballen en de lichaamswarmte van de uilen wordt dit proces ook nog versneld. Mogelijk hebben ook parasieten nog een rol gespeeld want de kast is vergeven van het ongedierte. De kast is in dit geval gemaakt van hechthout en kan niet goed ventileren. Een kast gemaakt van losse planken is beter.
De conclusie luidt nu: dood door verstikking. Het is heel jammer dat we hier vorig jaar al niet achter zijn gekomen. Dan hadden we met een ventilatie opening dit kunnen voorkomen. Maar ja, als eerder in 1991 alles goed gegaan is met vier uitgevlogen jongen, dan denk je daar niet aan.
Als bodemmateriaal is turfmolm misschien niet de beste keus en denken we nu aan kattegrit wat veel beter absorbeert. Eventueel gemengd met wat turfmolm.
Uit dit voorval is vervolgens lering getrokken. Belangrijk is dat ventilatie in de kast een rol moet spelen. We hebben nu uit het deksel een rechthoekig gat van ca. 20x30cm gezaagd en deze met een iets grotere plaat weer afgesloten waarbij we op de hoekpunten afstandsblokjes plaatsten,
1 cm is genoeg. Op deze wijze blijft het donker in de kast. Bij het binnenkomen van de kerkuilen in de kast kan nu vrij een luchtstroom zijn werk doen.
Nadien hebben we ieder jaar hier een broedsel gehad maar nooit meer met deze gevolgen.
Gertjan Langedijk


