Op deze site vindt u informatie over de Kerkuil en de Kerkuilenwerkgroep Drenthe. In Drenthe broeden 250 tot 350 paren Kerkuilen. In muizenrijke jaren kan dat aantal mogelijk nog wat hoger worden.
De Kerkuilenwerkgroep in Drenthe bestaat uit iets meer dan 20 regio's met in totaal ongeveer 70 vrijwilligers. Bij ons werk in Drenthe worden we ondersteund door de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland en de provincie Drenthe. Tevens zijn er een aantal stichtingen die ons financieel steunen bij aanvraag voor bepaalde projecten.
Belangrijk is verder dat er vele mensen in onze provincie zijn waar de Kerkuil een goed onderdak heeft gevonden. Dit in een Kerkuilenkast die in een schuur, boerderij of ander gebouw staat. De werkzaamheden van de vrijwilligers bestaan voornamelijk uit het plaatsen en schoonmaken van Kerkuilkasten. Ook het stimuleren van kleinschalige gebieden en het stimuleren van een goed prooi aanbod voor de Kerkuil horen daarbij.
Naast de Kerkuil broeden er nog een zestal andere uilen soorten in ons land. Indien nodig verleent de Kerkuilenwerkgroep ook daaraan haar ondersteuning.
De Kerkuil is voor veel mensen een van de meest tot de verbeelding sprekende uilen soort. Jac.P. Thijsse schrijft in het "Het Vogeljaar" over de volwassen Kerkuilen: Wat zijn die ouden prachtige dieren! (Thijsse, 1923).
Ook is het een van de meest verspreide soort van alle uilen. Echter de soort ontbreekt in zeer koude gebieden op aarde. Verder zijn er meerdere ondersoorten van de Kerkuil.
Over de gehele aarde is de Kerkuil in eerste instantie een muizenvanger (Voous, 1986). Voous heeft de kerkuil wel omschreven als: een peinzende, "wijze uil" overdag en een "muizenjagende kat" in de nacht.
Het voedsel van de Kerkuil bestaat grotendeels uit woelmuizen (zoals de veldmuis), spitsmuizen (zoals de bosspitsmuis) en ware muizen (zoals de huismuis). In totaal is dit 98 % van het voedsel (De Jong, 1995 en De Bruijn, 1979). De overige 2 % bestaat uit vogels, amfibieën en ongewervelde dieren.
Uit het bovenstaande blijkt dat muizen absoluut van levensbelang zijn voor de Kerkuil. Ook het broedsucces wordt sterk bepaald door het muizen aanbod. Zijn er weinig muizen dan zijn de legsels klein, of er wordt niet gebroed (Voous, 1986). Het gemiddelde aantal uitgevlogen jongen per broedsel ligt in veldmuisrijke jaren hoger (boven de 4) dan in veldmuisarme jaren (minder dan 3) (De Jong, 1995).
De laatste jaren zal ongeveer 85% of meer van de Kerkuilen in nestkasten broeden. Dat was vroeger anders zoals Jac.P. Thijsse (1923) het beschreef:
" ¹t Is een heele herrie op dien zolder. Buitenlui verhuizen niet vaak en zoo vinden we hier den afgedankten rommel van een kwarteeuw bij elkander. Er komt bijna nooit iemand en de uilen, die hun nest opgemaakt hebben in een griefelijk hoekje in de kapverbinding, hebben het rustig genoeg. De heele familie zit op 't nest. Moeder leunend tegen een dakspant, vader vlak tegen haar aan, de kleintjes, vier in getal, in een groepje vooraan. Ze beginnen al pennen in de vleugels te krijgen, maar zijn overigens nog geheel in 't donskleed: een dichte schapevacht, die als een pruik den schedel bedekt en de groote oogen en den nog niet geheel ontwikkelden snavel vrijlaat."
De nestkasten worden door de Kerkuil niet alleen gebruikt om te broeden, maar ze maken er ook graag gebruik van om veilig en beschut te zitten. Andere willekeurige plaatsen in een schuur of gebouw zijn als broedplaats gevaarlijker voor de jonge uilen. Vooral wanneer het nest zich onder de dakbedekking bevindt. Het risico dat de jongen uit het nest vallen wordt dan met het ouder worden groter. Wanneer de volwassen vogels 's nachts met prooien komen, staan de jongen aan het begin van de nacht vaak al bij de ingang van het nest te 'dringen'. De kans dat er dan een jonge uil naar beneden valt is groot (De Jong, 1995).
Zoals eerder aangegeven zijn er naast de Kerkuil in Nederland nog een zestal andere soorten uilen die hier broeden. Dat zijn de Bosuil, de Ransuil, de Steenuil, de Velduil en zeer zelden ook nog de Oehoe en de Ruigpootuil.
Literatuur:Een tijd geleden kreeg ik een dergelijke set ringgegevens (terugmeld kaartjes) van L. Blaauw (De Wijk)
Het gaat om ringgegevens uit Zuid - Drenthe en dan vooral Zuidwest - Drenthe. Ik ben daarmee eens wat mee aan het stoeien geslagen. De resultaten zijn vergeleken met de landelijke gegevens. De Drentse gegevensset is veel beperkter (aantal ringgegevens = 95) dan de landelijke set (aantal ringgegevens =1666).
Allereerst is gekeken naar de gemiddelde leeftijd van de in Zuid - Drenthe geringde kerkuilen. Die blijkt laag te zijn namelijk 416.6 dagen (1, 2 jaar). Dat is duidelijk lager dan het landelijk gemiddelde van ruim 1,5 jaar (de Jong, 1982).
In andere delen van Europa zijn echter net zulke lage gemiddelde leeftijden bekend als voor Drenthe. Het is een resultaat die ik eigenlijk niet had verwacht. Drenthe geldt als een van de bolwerken van de kerkuil in Nederland. Je verwacht dan een gunstiger cijfer dan landelijk.
Kijken we vervolgens naar de leeftijdklassen in jaren dan wijken de Drentse gegevens niet sterk af van de landelijke (Tabel 1).
Meer dan de helft van de kerkuilen wordt nog géén jaar oud. De oudste kerkuil in de waarnemingenset van L. Blaauw werd slechts 5.4 jaar (1966 dagen). Kerkuilen kunnen veel ouder worden. De oudste geringde kerkuil in Nederland bereikte een leeftijd van 18 jaar. Voor Drenthe staat, voor zover ik weet, het record op 14 jaar ( Vogt 2006 ). Slechts 1,8 % van de kerkuilen bereikt een leeftijd van meer dan 6 jaar. De marges voor de (Drentse) kerkuilen blijken smal te zijn. Een hoge reproductie is noodzakelijk om de hoge verliezen te compenseren.
| leeftijd in jaren | Drenthe in % (n=95) | Landelijk in % (1994)(n=1666) |
|---|---|---|
| 0-1 | 63.2 |
68.4 |
| 1-2 | 20.0 |
16.0 |
| 2-3 | 9.5 |
6.7 |
| 3-4 | 2.1 |
3.5 |
| 4-5 | 3.2 |
2.6 |
| 5-6 | 2.1 |
2.6 |
| >6 | 0.0 |
1.8 |
De Zuid - Drentse kerkuilen blijken aardig plaatstrouw te zijn.
Liefst 80 % van de geringde kerkuilen werd binnen een straal van 50 kilometer van de ringplaats teruggemeld. Dat is een wat hoger percentage dan landelijk (Tabel 2). De gemiddelde afstand tussen de ringplaats en locatie waar de kerkuil opnieuw is aangetroffen bedraagt 37.6 kilometer.
De grootste afstand die door een geringde Zuid- Drentse kerkuil werd afgelegd is 252 kilometer. Het landelijk record is 1530 kilometer.
| Afstand in kilometers | Drenthe in % (n=86) | Landelijk in % (n=1025) |
|---|---|---|
| 0- 50 | 80.2 |
69.6 |
| 50-100 | 14.0 |
17.6 |
| 100-150 | 1.2 |
6.7 |
| 150-200 | 3.5 |
2.0 |
| 200-250 | - |
0.9 |
| 250-300 | 1.2 |
0.8 |
| >300 | - |
2.4 |
De gegevensset voor Drenthe is te beperkt om nu al veel waarde te hechten aan de geringe verschillen met de landelijke gegevens. Opvallend is wel de lage gemiddelde leeftijd van de Zuid-Drentse kerkuil al is dat geen onbekend fenomeen. Al met al is het best interessant zijn om alle Drentse ringgegevens eens op een rijtje te zetten.
Literatuur
Het afgelopen jaar 2006 hadden wij tijdens een controle van een kerkuilenkast een vreemde ontmoeting.
Op dit adres, waarvan het erf een prima biotoop is voor zowel kerk- als steenuilen, komen nog een paar oude schuren voor. Ook is de omgeving voorzien van oude bomen. Wij hebben een jaar meegemaakt dat er twee paren torenvalken op hetzelfde erf jongen hebben grootgebracht. Dit geeft een indicatie van het aantal muizen die hier ruimschoots voorhanden moeten zijn.
Diverse keren hebben wij echter ook resten aangetroffen van kleine zoogdieren en vogels. Het vermoeden bestond dat er steenmarters aanwezig konden zijn. In het hooivak troffen wij een gangenstelsel aan. Dit kan natuurlijk ook van andere zoogdieren zijn, b.v. een bunzing.
De afgelopen jaren heeft er geen broedgeval van een kerkuil plaatsgevonden in de kast. Wel heeft er een torenvalk in gebroed. Tijdens de laatste controle in juli vorig jaar was het echter raak.
De nestkast was bewoond. Bij het openen van de nestkast vloog er echter geen kerkuil, wat je zou verwachten, maar een steenmarter uit. Nu ben ik niet zo angstig aangelegd maar mijn hart heeft voor mijn gevoel een kwartier lang niet geslagen. Ook ben ik gelukkig van de schrik niet van de ladder afgevallen. Na te zijn bekomen van de schrik bleken er diverse veren van een kerkuil in de kast te liggen. Ook lagen er restanten in van diverse soorten zoogdieren en andere kleine vogels. Nu is de geur van een net geopende kerkuilenkast zeer herkenbaar en ook niet dat je zegt van "wat ruikt dit lekker", maar de geur van steenmarterverblijf is helemaal om van achterover te vallen.
Ik heb van deze ervaring geleerd dat ik de volgende keer bij het controleren van deze nestkast mij toch maar ga aanlijnen.
Door: H. Folkerts
Uit de Uilen Nieuwsbrief Jaargang 3 nummer 1 (2007)
Veiligheid
In Drenthe besteden we bij iedere vergadering van de vrijwilligers even aandacht aan veiligheid. Dit omdat het werken met een ladder in principe risicovol is en de veiligheid en de gezondheid van de mensen nummer 1 staat. Een voorval in een van onze regio's illustreert hoe belangrijk een veiligheidsgordel kan zijn. Een van onze mensen gaat de trap op naar de kast. Eerst zet hij zich vast met zijn veiligheidsgordel. Vervolgens maakt hij de voorkant van de kast los. Hij pakt de voorkant eraf en plotseling schiet er een steenmarter langs zijn neus over de kast. Hij schrikt zich wezenloos. Goed dat hij een veiligheidsgordel om had! Dit geeft een extra veiligheids bescherming zodat je niet van de schrik naar beneden kunt vallen. Al is het bijvoorbeeld maar één keer dat de veiligheidsgordel zijn functie zal waarmaken, in al de jaren dat je aan het kerkuilen beschermingswerk doet, dan heeft het dragen van de gordel zijn waarde zonder meer opgeleverd.
Plezier
Het bovenstaande voorval met de steenmarter is natuurlijk niet echt een plezierige ervaring. Hier staan echter veel plezierige en leuke ervaringen binnen onze groep in Drenthe tegenover. Graag wil ik mijn ervaring van enkele weken geleden hier ook naar voren brengen. Het betreft hier een ervaring na het schoonmaken van een kerkuilenkast. Dit is soms best een flinke klus. Hier was dat ook het geval. Maar na het schoonmaken werd ik getrakteerd op een heerlijke kop erwtensoep. Tijdens een gesprek over kerkuilen is dit dan wel even genieten.
Zoals de meeste van jullie weten is het schoonmaken van een bewoonde kerkuilenkast met een zekere regelmaat noodzakelijk. Doe je dat niet dan loop je een zeer grote kans dat de jonge kerkuilen als ze aan het kruipen gaan per ongeluk door het gat naar buiten vallen. Dat de overlevingskans dan minimaal is, zal duidelijk zijn.
Bij deze wil ik alle mensen in Drenthe die een kast in huis of in de schuur hebben, bedanken voor hun gastvrijheid voor de kerkuil. Natuurlijk wil ik ook de vrijwilligers bedanken voor hun inzet van het afgelopen jaar. Want zonder hun hulp heeft de kerkuil minimale kansen in Nederland.
Frans Geene.
Arbeidsomstandigheden en zorg voor een veilige werksituatie krijgen steeds meer onze aandacht. Binnen de werkgroep realiseren we ons dat een ongeluk verschrikkelijk is voor de getroffene en voor zijn of haar familie. Tevens kan het de continuïteit van ons vrijwilligers werk, en daarmee de kerkuil, in gevaar brengen. Werken met een ladder is gevaarlijk werk en we willen het zo veilig mogelijk uitvoeren.
Alle vrijwilligers worden in de gelegenheid gesteld om veiligheidsgordels te dragen. Om het gebruik van deze gordels een succes te laten worden krijgen de vrijwilligers een instructie over het gebruik van deze gordels. Daarnaast wordt er iedere werkgroepbijeenkomst aandacht aan veiligheid besteed. De ene keer gaat dit over het veilig werken met een ladder. De andere keer over het zeer voorzichtig zijn bij het betreden van een oude zolder. De planken kunnen slecht zijn. Tevens worden de voorbeelden ten aanzien van veiligheid besproken.
Voor de aanschaf van deze materialen hebben we een aantal fondsen en instellingen aangeschreven. Het Prins Bernhard Cultuurfonds Drenthe, Stichting De Linde, Stichting DOEN en het VSB Fonds Groningen Drenthe wisten ons verzoek op waarde in te schatten. Zij stelden ons in staat om ons doel te verwezenlijken.
Koen Vogt en Frans Geene
Een paartje kerkuilen dat al vele jaren broedt in een boerderij aan de Groningerweg te
Eelderwolde, neemt op een wel heel bijzondere wijze afscheid van haar broedplaats.
Deze kerkuilenfamilie broedt namelijk al meer dan twintig jaar hoog boven in de hanenbalken van deze boerderij.
Elk jaar worden er drie à vier jongen geboren en in goede voedseljaren kan het gebeuren dat er vijf of zes jonge kerkuilen uitvliegen.
Dit mede dankzij de goede zorgen van de boer, die de overlast van de broedende kerkuilen voor lief neemt en de poep en de braakballen trouw opruimt. Ook seint hij steeds de mensen in van de kerkuilenwerkgroep van het IVN Eelde-Paterswolde als er weer jongen zijn die geringd kunnen worden.
Dat deze boerderij en omgeving een goede kerkuilenlocatie is, blijkt wel uit het feit dat er door de kerkuilen vaak een tweede broedsel wordt grootgebracht.
Groot was dan ook de schrik toen de werkgroep hoorde dat de boerderij gesloopt zal worden vanwege de realisering van de Waterwijk in het plan Terborch.
Ook dit jaar hebben de kerkuilen weer gebroed op hun vertrouwde plek boven in de boerderij.
Vroeg in het seizoen konden er zes vliegvlugge jongen worden geteld en van een ring van het Vogeltrekstation worden voorzien. Deze vroege kerkuilen zijn allemaal groot geworden en uitgevlogen.
Eind juli meldde de boer dat in de - inmiddels leegstaande - boerderij opnieuw jonge uiltjes zaten. Deze keer zes die nog niet konden vliegen.
Doordat de sloop van de boerderij dreigde, zouden de kerkuilen verstoord worden. Hierop heeft de werkgroep actie ondernomen, aangezien het een strafbaar feit zou inhouden.
Kerkuilen behoren namelijk tot bij de wet beschermde vogels die niet gedood, gevangen of verstoord mogen worden.
De kerkuilenwerkgroep van het IVN Eelde-Paterswolde nam contact op met de gemeente Tynaarlo en Tel Makelaars & Rentmeesters. Verzocht werd om de sloop uit te stellen totdat de uilen zijn uitgevlogen. Problemen met de Faunawet zouden daarmee worden voorkomen.
Het verzoek van de kerkuilenwerkgroep is door de gemeente gehonoreerd, met welk besluit de werkgroep uiteraard bijzonder content is.
Begin september bleek tijdens een controle door de leden van de kerkuilenwerkgroep dat door onbekende redenen er van de zes jongen helaas vier zijn doodgegaan. De twee overgebleven uiltjes worden nu door het mannetje grootgebracht en het was verrassend te constateren dat het vrouwtje intussen alweer op zeven eieren broedt.
Dit paar kerkuilen neemt met een derde broedsel wel op een heel bijzondere manier afscheid van hun vertrouwde broedplek. Drie keer broeden in een jaar is namelijk een zeldzaamheid.
Het lijkt alsof de kerkuilen willen aangeven dat deze mooie locatie niet verloren mag gaan.
De werkgroep rekent dan ook op de bereidwilligheid van beide partijen om met het slopen van de boerderij te wachten tot ook dit derde broedsel is uitgevlogen.
Door: Willem Zandt.


| Regio coordinator | Frans Geene | De Goorns 22 | 7873 AM Odoorn | tel 0591-514433 | fjm.geene@planet.nl |
| Secretaris | A. Adema | Rustkamp 15 | 9431 KL Westerbork | tel 0593-332734 |