Kerkuilen in melkbus

uit Vogelnieuws juni 2002

Johan Stevellnk uit de buurtschap Agelo in Noordoost-Twente ziet het zo weer voor zich. Het was begin jaren zeventig toen hij vogelringer Jan Braad uit het nabij gelegen Ootmarsum belde met het verzoek om de oel'n te komen ringen. Met een ladder was de melkbus op de zijtak van de beuk op het boerenerf goed bereikbaar. Met de ringenstreng van 11 mm in de aanslag gingen beide vogelaars op pad. Tot beider verrassing echter hadden ze dit keer niet te maken met bosuilen, maar jonge kerkuilen. De 11 mm ringstreng werd snel verwisseld voor die van 9 mm, want de poten van de kerkuil zijn net even iets dunner dan die van de bosuil. De kerkuil was na de strenge winter van 1963 bezig met een comeback. Tot dan toe was een broedgeval van de kerkuil een bijzonderheid weet Johan zich te herinneren. De twintigliters-melkbus had inmiddels zijn economische nut verloren, maar hiermee wel zijn ecologische nut bewezen!

De eerste nestkast werd gemaakt van een verpakkingskist door er een dwarsschot in te timmeren. Het erf is inmiddels drie nestkasten rijk. Twee daarvan hebben een plaats boven in de varkensschuur en een in de graanschuur. De kerkuil is Johan al meer dan dertig jaar trouw op het boerenerf, gedateerd 1871, met fraaie walnotenbomen en een forse buxushaag. Ook de kerkuil is traditioneel in het gebruik van haar leefomgeving. Als geen ander weet Stevelink de plekjes waar de uilen ongestoord kunnen worden bespied. Braakballen en de witte kalkstrepen van uitwerpselen markeren deze favoriete plaatsen. Het zijn de stille getuigen van een goed jachtgebied. Dat jachtgebied is het kleinschalige coulissen landschap van de Broekmaten en de Voorstematen. Binnen een straal van een kilometer zijn in 'hoogtij-jaren' op vier boerenerven de kraamkamers bezet. De structuur van het landschap heeft aan kracht niet ingeboet. Wel heeft de twintig liters-melkbus bij alle melkveebedrijven plaats gemaakt voor de gekoelde melktanks met een veelvoud aan opslagcapaciteit. Desondanks is de houding ten opzichte van de leefomgeving positief gebleven. Met enige trots laat Johan zijn vrouw een oorkonde van Vogelbescherming Nederland zien. Een bewijs van meer dan vijf geslaagde broedgevallen. Het werkelijke resultaat is daarvan inmiddels een veelvoud.

De kerkuil in Twente telde in 2001 meer dan 116 locaties met succesvolle broedsels. Het coulissen landschap van de Agelose flankesdorpboeren draagt daaraan jaarlijks zijn steentje bij. Economische en ecologische belangen sluiten elkaar hier niet uit.
Fons Eysink
Kerkuilenwerkgroep Twente

Links    terug

vogelwerkgroep Goor
Vogelwerkgroep Losser

Plotkaart

Overzicht van de nestplaatsen in het jaar 2001

Statistiek

Adressen    terug

Regio coordinator