Uit de Uilen Nieuwsbrief Jaargang 3 nummer 1 (2007)
Als we hoog bovenin eindelijk bij de kast zijn aangekomen, gaan we levensgevaarlijk in spreidzit op een hanenbalk zitten, teneinde de kerkuilenkast te kunnen bereiken. Gert Jan zit altijd voorop en ik achter hem. We weten dat de, een aantal meters lager hangende klok, op elk moment kan gaan slaan en dat is een heftig gebeuren. We houden altijd de tijd in de gaten, weten wanneer het komt, maar kennelijk geboeid door wat we in de kast aantreffen, overvalt het gebeier ons telkens weer. Ik grijp Gert Jan dan steevast in de flanken, omdat hij bezig is en ik als de dood ben dat hij van schrik naar beneden kukelt. Ook als we de kast na een broedgeval moeten schoonmaken, houd ik hem goed vast uit angst dat hij in zwijm zal vallen van de indringende ammoniakdampen die vrijkomen bij het verwijderen van de nesttroep. Toch voelen we ons altijd heel erg trots en geïntrigeerd op deze plek.
We vonden dat de kerk in ons dorp ook een kerkuilenkast verdiende en traden in contact met de koster. Deze vrolijke man zag dat onmiddellijk zitten en ging met ons de toren van de Hervormde kerk in. Een middeleeuwse trap met zeer ongelijke treden bracht ons bij een plek waar de kast zou kunnen hangen. Het was er uiterst nauw, maar met een ladder strak naast de klok konden we bij een van de galmgaten. We maakten een plan en een week later hadden we het zover. We besloten direct na tien uur naar boven te gaan om het slaan van de klok, op nog geen halve meter naast ons, te mijden. Het was een heel geworstel om de kast op de plek te krijgen en een juist gat in het gaas van het galmgat te maken. Net toen de kast een beetje op zijn plek zat, draaide Gert Jan zich er omheen en knalde met zijn kalende schedel keihard tegen de klok, die van schrik onmiddellijk een keer sloeg. Ik heb vanwege zijn reactie hierop in het huis des Heeren, onmiddellijk om vergeving gevraagd…..
Het duurde echter heel lang eer we de invliegopening met "sluis" op de goede plek hadden en moesten bovendien een passend stuk hout maken om de kast enigszins waterpas te plaatsen. We waren zeer in de klus verdiept en vergaten de tijd….. Om elf uur besloot de, uit de 17e eeuw afkomstige en één van Neêrlands zwaarste klokken, de tijd aan te geven. We hingen samen op de ladder, de kast ondersteunend en met een geschokt zenuwstelsel, de in het beenmerg doordringende slagen te overleven. Met het zweet op het voorhoofd telde ik tot elf en net toen ik dacht: "Godzijdank", sloeg Gert Jan met een vuist, die hij net kon vrijmaken in het ritme nog een keer rancuneus op de klok, die toen dus prompt 12 sloeg…..
Ik viel bijna van de ladder van het lachen. In gedachte zag ik alle huisvrouwen in het Veluwse dorp in de stress vliegen… "O jee, al zo loate, de eerpels…. Mien Hemel…..weer niet op de tied elet"… Toen we een half uur later de kerk verlieten stelde ik mij voor dat de pannen op het vuur hadden staan dansen, de ramen strak beslagen waren en moeders met het hoofd in de handen aan de gedekte tafel bij de dampende pannen hardop dacht: "Woar blieft ze noe?.......". En zo moest het hele dorp wel wat over hebben voor onze kerkuil.
Astrid de Groot
Daar zaten we dan, die zondagmorgen. Enthousiast was de man wel, maar ook was hij ietwat teleurgesteld dat we niet onmiddellijk overgingen tot het ophangen van een kast. Bovendien ging zijn voorkeur uit naar een kerkuil. Dat die plek niet veel kansen bood aan kerkuilen, omdat er al jarenlang een paartje bij hem in de omgeving broedde, vond hij maar niets. Het was een persoon die gewend was om alles naar zijn hand te zetten. Tegenspraak was iets wat hij niet kende. Vol onbegrip was hij: konden wij er niet voor zorgen dat er die uil van verderop in zijn kast zou gaan broeden?
Uiteindelijk stemde hij toe om een steenuilenkast te plaatsen. Maar dan wél zo dat hij er vanuit zijn slaapkamerraam op kon kijken. Goed. Een paar weken later met gevaar voor eigen leven op slaapkamerniveau een kast geplaatst. Omdat hij dat zo graag wilde, maar ook omdat juist dit soort mensen soms heel genereus kan zijn. Juist onder de emotie van een broedsucces kan er zomaar een nieuwe donateur van de werkgroep uit rollen.
Vorig jaar belde hij (weer op een zondagmorgen) op: de kast was bezet maar wel met de verkeerde soort: een stel kauwen was er in gaan wonen. En: 'of ik die rommel er maar zo gauw mogelijk uit wilde halen'! Dat ik dat niet wilde en dat zoiets, wettelijk gezien, niet eens mag, daarvan was hij niet onder de indruk. Bij 'vrinden' van hem was dat immers wel gebeurd! Waarom wij dan niet? Onlangs nog even, zonder op te vallen, naar zijn kast gekeken. De kauwtjes vlogen, voorzien van takjes, in en uit. Ik denk niet dat hier nog een nieuwe donateur van komt.
Gert Jan Blankena
| Regio coordinator |