|
Verkeersslachtoffers
|
![]() Overzicht van de vindplaatsen van door het verkeer omgekomen kerkuilen in 2003 |
Onder een knelpunt wordt verstaan (De Heer 1998):
Een traject waar minstens 5 slachtoffers, binnen 5 jaar en binnen een wegtraject van 5 kilometer, zijn gevallen
In het kader van zijn werkzaamheden heeft hij daarom in 2003 tijdens het rijden naar zijn bestemmingen extra aandacht geschonken aan het lokaliseren van (Kerkuil)verkeersslachtoffers.
Hiervoor werden de belangrijkste Rijkswegen meerder malen per maand bezocht (met uitzondering van de maand september). De Provinciale wegen zijn niet systematisch bezocht doch op onregelmatige tijdstippen.
Ook zijn diverse spoortrajecten afgelopen om slachtoffers te zoeken. In de meeste gevallen gaat het om vers gevonden dieren, doch ook restanten van oude slachtoffers zijn in het overzicht opgenomen. Van de gevonden dieren waren er slechts enkele geringd. Van alle vindplaatsen zijn de vinddatum, locatie en naam van de weg genoteerd.
Tussen 1 januari en 31 december 2003 heeft Steven 149 slachtoffers gevonden. Het betreft alleen vogels die vanuit de auto op of langs de weg konden worden gezien. Als hierbij we hierbij de 19 slachtoffers die bij de regiocoördinatoren zijn gemeld optellen resulteert de trieste balans in 168 dode Kerkuilen.
Het zal niet verbazen dat de meeste aanvaringen hebben plaatsgevonden op de autowegen A2, A73 en A76. Hier wordt immers met de grootste snelheid gereden en bevinden zich geschikte bermen waarboven de Kerkuil naar prooi zoekt.
Doch ook op wegen waar de maximum toegestane snelheid veel lager is, zoals de N277 en N273, vallen nog relatief veel slachtoffers.
Na deze tijd zal het merendeel van de slachtoffers uit jonge vogels bestaan. Uit de grafiek kan derhalve worden afgeleid dat de slachtoffers zowel onder de volwassen als jonge vogels vallen. Het is bekend dat met name onder de eerstejaars jongen het aantal verkeersslachtoffers erg groot kan zijn. Men schat dat ongeveer tweederde van het aantal uitgevlogen jongen in Nederland ten prooi valt aan het verkeer. In regio's die een druk wegennet bezitten kan dit zelfs oplopen tot boven de 70% (J. de Jong). Limburg kent een vrij druk wegennet.
In 2003 vlogen er in totaal 518 jonge Kerkuilen uit. Indien in onze provincie 2/3 van deze jongen slachtoffer zou zijn geworden zou dit betekenen dat ongeveer 350 jonge dieren ten prooi zijn gevallen aan het verkeer. Na augustus zijn er 81 dode dieren verzameld. Het werkelijke aantal dieren dat in het verkeer het loodje heeft moeten leggen op en langs onze wegen zal derhalve veel hoger zijn.
Al in de periode van het Soortbeschermingsplan Kerkuil (1994-1999) is er onderzoek gedaan om manieren te vinden om het verongelukken van Kerkuilen te verminderen of te voorkomen. Op basis van de resultaten van dit onderzoeken geeft De Heer (1998) de volgende aanbevelingen:
Aanvaringen met treinen
Niet alleen het wegverkeer veroorzaakt veel slachtoffers. Afgelopen jaren zijn er ook diverse malen slachtoffers gevonden langs spoorwegtrajecten. Daar hier echter zelden gezocht wordt naar slachtoffers gaat het slechts incidentele vondsten. Vogels die een aanvaring buiten het smalle grindpad terechtkomen worden vrijwel niet opgemerkt. Toch zullen er ongetwijfeld veel slachtoffers vallen. Kerkuilen gebruiken namelijk de donkere ruimtes onder viaducten vaak als roestplaats. Bij het wegvliegen of aanvliegen naar deze plaatsen op het moment dat er treinen passeren is de kans op een aanvaring dan ook vrij groot.
Mogelijk kunnen bekende rustplekken ongeschikt worden gemaakt om slachtoffers te voorkomen.
| 2001 | 2002 | |
|---|---|---|
| 61-38-44 | 58-54-13 | |
| 62-24-34 | 62-22-15 | |
| 62-13-35 | 52-43-24 | |
| (62-11-53) | 52-14-33 | () viaduct |
| 58-35-41 | 46-33-51 | (NBr) |
| 57-38-34 | ||
| 52-43-22 | ||
| 46-22-14 |