Uit de Nieuwsbrief juni 2001

ENCI-groeve ideaal voor oehoe broedpaar

In Duitsland en België is de oehoe als broedvogel met grote moeite van de ondergang gered.
Uitgerekend dan vestigt zich een paartje in Zuid-Limburg.
Het wordt landelijk nieuws als de nestelplaats bedreigd wordt en het mannetje verdwijnt.
Een nieuwe partner voor het vrouwtje diende zich aan.
Met de juiste beschermingsmaatregelen kan de idylle behouden blijven.


In de noordelijke lob van de ENCI (de Eerste Nederlandse Cement Industrie) mergelgroeve nabij Maastricht vindt al een aantal jaren een bijzondere gebeurtenis plaats. De eigenaar van het gebied, de Provincie Limburg, heeft de ENCI zo'n 75 jaar geleden een concessie verleend voor de exploitatie van de groeve. Na de exploitatie werd de afwerking van de groeve vastgelegd in een plan daterend uit 1990. Voordat het noordelijk deel voor afwerking aan de beurt was koos een oehoe-paartje in 1997 dit deel als nestplaats en kwam tot broeden. In 4 jaar tijd werden 14 jongen grootgebracht.
Er zijn geen eerdere, goed gedocumenteerde, broedgevallen bekend van de oehoe in .Nederland. In de jaren zestig was de oehoe in België en bijna in Duitsland uitgestorven. Eeuwenoude broedplaatsen werden daar niet meer bewoond. De redenen waren talrijk, zoals jacht, DDT, verkeer, bovengrondse hoogspanningsleidingen en verstoringen in het broedseizoen door bijvoorbeeld sportklimmers. Gelukkig werden er initiatieven genomen om de oehoe voor uitsterven te behoeden. Dankzij het brede draagvlak -vrijwilligers, wetenschappers, politici - en vooral de enorme inzet lukte het om in 40 jaar de oehoestand in de driehoek Aken-Bonn-Trier weer op ongeveer 50 broedparen te brengen. In België steeg de populatie naar zo'n.25 broedparen.

Broeden in ENCl-groeve
Ook in Limburg blijkt een gebied te zijn dat aan de voorwaarden van de oehoe voldoet: voldoende voedsel, een geschikte broedplaats en rust. De noordelijke lob van de ENCI-groeve voldoet precies aan de omschrijving van het territorium zoals we die in de Eifel en België zien. In drie jaar tijd werden 12 jongen groot gebracht, wat ruim boven het Europese gemiddelde ligt. Eind 1999, begin 2000 wordt het mannetje vermist. Gelukkig staat meteen een opvolger klaar, zodat in 2000 jong nummer 13 en 14 worden grootgebracht. Sinds 10 februari dit jaar wordt er opnieuw gebroed. Er blijkt duidelijk verschil te zijn tussen de twee mannetjes, zowel uiterlijk als in gedrag. Terwijl de eerste bijna altijd wel te zien was op de mergelwanden, is de tweede veel schuwer.

Bescherming verlangd
In 1997 is door de Vogelwacht Limburg, afdeling Maastricht, contact gezocht met de ENCI. Later kwamen daar Natuurmonumenten, Vogelbescherming Nederland en de vogelstudiegroep van het Natuurhistorisch Genootschap bij. Samen bepleitten deze partijen de noodzaak van bescherming van het broedende paar. Men drong er bij de ENCI op aan om daar bij de exploitatie rekening mee te houden. In 1998 verhuisde het koppel naar de westzijde van de noordelijke lob. Na enige publicitaire ophef over het lot van de Maastrichtse oehoe stopte de ENCI met het afwerken van de noordelijke lob. Deze afwijking van het plan uit 1990 gebeurde overigens zonder officiële toestemming van de afdeling Ontgrondingen van de Provincie Limburg. Momenteel wordt gekeken naar een andere herinrichting van de groeve.
De oehoe staat als nummer 65 in bijlage 1 van de Europese Vogelrichtlijn. Dit betekent dat voor de leefgebieden speciale beschermingsmaatregelen worden getroffen, opdat deze soorten daar waar zij nu voorkomen, kunnen voortbestaan en zich kunnen voortplanten. Bovendien zegt de richt lijn: De Lid-Staten bevorderen het onderzoek en de werkzaamheden, nodig voor de bescherming en het beheer van de populaties van alle in artikel 1 bedoelde vogelsoorten alsmede de exploitatie daarvan. De overheid heeft in deze haar verantwoordelijkheid nog niet genomen.

Meer bedreigingen
Er is nog een aantal bedreigingen voor de oehoe. De grootste is het op termijn verdwijnen van de zogenaamde winterwand, de zuidelijke wand in de noordelijke lob. Dan verandert het karakter van deze lob van een redelijk gesloten kom naar open terrein. Bovendien wordt deze wand gebruikt als uitkijkpost van het mannetje tijdens de nestperiode en door de jongen bij het opgroeien. In België is een oehoepaar uit een groeve verdwenen nadat een dergelijke wand verwijderd was. Het advies van de Duitse en Belgische experts is dan ook éénduidig: laat die wand staan.
Andere bedreigingen zijn mogelijke verstoringen door het publiek in de noordelijke lob, en de hoogte van de begroeiing rond de nestplaats. Zolang deze bedreigingen nog niet afdoende zijn opgelost is het koppel in Maastricht nog niet zeker van zijn toekomst. De oehoes hebben echter onweerlegbaar aangetoond dat het in principe een zeer goed territorium is. Een mooi 3D-beeld van de ENCI-groeve staat op de internetpagina ENCI Groeve

Hans Damink