Na de ontdekking van het Achterhoekse broedgeval van de Oehoe in 2002, zijn verschillende ornithologen in Nederland extra gaan letten op deze imposante "Koning der uilen". In 2004 werden maar liefst 6 territoria vastgesteld en werd nog een jonge Oehoe gevonden ergens bij Venlo. Mogelijk hebben we vorig jaar dus wel 7 territoria binnen onze landsgrenzen gehad. In verschillende artikelen werd al gesproken over "De opmars van de oehoe".
Maar die eventuele opmars is dan nu een (tijdelijke ?) halt toegeroepen, want we komen in 2005 officieel niet verder dan 4 territoria.

![]() Overzicht van Oehoe kerngebieden en afzonderlijke territoria in het grensgebied van Nederland en Duitsland. (1999-2005) Wassink juli 2005 |
Stand van zaken in 2005 |
Er bereikte mij het gerucht dat er in Twente al 2 jaar Oehoes hebben gebroed, maar dat kon door niemand worden bevestigd.
Niet ver over de grens met de Achterhoek wordt inmiddels met enige regelmaat gebroed. Het gaat in 2005 om territoria bij Wesel, Münster en Haltern (ontdekt in 2005). Verder broedde er in 1999 nog een paar bij Shöppingen (over de grens bij Enschede) en werd in 2004 een oehoejong gevonden in de omgeving van Venlo. Tot slot is 20 km. ten oosten van Venray, bij de Duitse plaats Geldern, een roepend mannetje gehoord dat helaas op 25 februari 2005 dood werd aangetroffen onder een stroommast.(Windeln, mondelinge mededeling).
Broedsucces
Het broedsucces van de Nederlandse vogels was zonder meer goed. Rekenen we in deze bespreking ook het paar mee dat net 40 m. over de grens broedde, dan staan ons gegevens ter beschikking van 5 broedsels:
| plaats | pullen op nest | uitgevl. pullen waargen. | legbegin |
|---|---|---|---|
| Limburg 1 (Enci) | 4 |
|
28 feb. |
| Limburg 2 |
|
Verhuisd naar 'Limburg 6' |
|
| Limburg 3 | 3 |
2 |
11 feb. |
| Limburg 4 | 4 |
(Duitsland) 3 |
5 maart |
| Limburg 5 |
|
ad. in februari |
|
| Limburg 6 | 3 |
(komt van 'Limburg 2') |
16 maart |
| Achterhoek | 3 |
2 |
11 feb. |
| Wesel | 3 |
2 |
15 maart |
In totaal hebben we in 2005 op 5 nesten 17 pullen waargenomen, een gemiddelde van 3,4 per nest. Rekenen we ook nog het paar mee dat bij Wesel in Duitsland 3 jongen had, dan waren het 3,3 jongen per geslaagd broedsel. (20 jongen bij 6 broedsels).
Ter vergelijking: In de Eifel wordt voor het topjaar 1999 een gemiddeld aantal jongen van 1,89 per broedplaats genoemd. (Dalbeck 2001). In het Teutoburgerwald zal het gemiddeld aantal pullen per broedsel, ondanks de hoge broeduitval (door klimactiviteiten en recreatie), voor 2005 rond de 1,8 uitkomen (Lütke mondeling). Natuurlijk zijn onze getallen daar niet zonder meer mee te vergelijken (in de grotere populaties van de Eifel en het Teutoburgerwald heb je te maken met mislukte broedsels), maar in ieder geval heeft het handjevol Nederlandse Oehoes een goed broedsucces achter de rug.
Op basis van foto's is veelal in overleg met andere onderzoekers (verenigd in de internetgroep "Oehoenews") de leeftijd van de pullen ingeschat. Uitgaande van een gemiddelde broedduur van 33,9 dagen en de aanname dat het vrouwtje meestal begint met broeden na het leggen van het eerste ei, (Gluts von Blotzheim U.N. & Bauer K.M.) is vervolgens het legbegin uitgerekend (datum - geschatte leeftijd-33,9=geschat legbegin).
De twee vroegste broedsels vonden hun aanvang op 11 februari en het laatste op 16 maart. Gemiddeld begonnen de 6 genoemde paren (inclusief Wesel) op 28 februari met de eileg. Vorig jaar is het legbegin van 4 broedsels geschat. Toen werd gemiddeld op 21 maart begonnen. Het ziet er naar uit dat de vogels in 2005 dus vroeg zijn gestart met de eileg. Mogelijk is dat toe te schrijven aan de zachte weersomstandigheden in februari, en heeft het venijnige staartje van de winter daar niet veel meer aan veranderd.
nestplaatsen
Zowel in de Achterhoek, Limburg (40 m. op Duits grondgebied), Wesel (Duitsland) en waarschijnlijk ook bij Haltern (Duitsland) werd in bomen gebroed. In de Achterhoek werd voor het derde achtereenvolgende jaar een kunstnest geaccepteerd. Dit nest bestaat uit een bouwsel van takken op een vierkante meter betonijzer. Op het betonijzer is eerst nog kippengaas bevestigd, zodat de eieren zelfs blijven liggen als het wijfje dwars door de takkenmassa zou krabben. Elk jaar wordt dit nest hersteld en de bodem gerepareerd met een paar flinke heideplaggen. In Wesel en Limburg (over de grens) werd in beide gevallen op een oud buizerdnest gebroed. Het nest bij Wesel is al in de nestjongenfase in twee stukken gebroken. Later is het geheel vervallen. Ook het Limburgs/Duitse buizerdnest is flink uitgeleefd, maar mogelijk nog een jaar te gebruiken.
Waarnemingen buiten de bekende broedplekken
Behalve de broedgevallen zijn er in 2005 ook op andere plekken in Nederland en de grensstreek met Duitsland (mogelijke) Oehoes gezien:
| plaats | datum | zekerheid | omschrijving |
|---|---|---|---|
| Miste (Gld) | 21 feb. | zeker | 1 ad. In eik bij spoorbaan. |
| Almelo (OV) | jan/feb. | onzeker | 2 gekleurringde 1kj vogels. Vrijgelaten bij Bentheim in juli 2004 buiten officieel herintroductieprogramma. |
| Aalten (Gld) | 22 feb. | onzeker | Roepend mannetje in de buurt van in gevangenschap levend vr. |
| Moerdijk (Nbr.) | 15 feb. | onzeker | 1 ex. In wegberm. |
| NW. Gelderland | juni | onzeker | Donsveertje gevonden ; vertoont grote gelijkenis met veertjes gevonden bij de Achterhoekoehoes. |
| Geldern (WDL) | 27 jan-25 feb. | zeker | Zo'n 20 km. ten oosten van Venray is een roepend mannetje gehoord. Later dood gevonden onder stroommast. |
| Achterhoek buiten bekende broedplaats (Gld) |
25 juni | zeker | Braakbal van 8,8*3,2 cm. Inhoud 3 onderkaken van konijn en vele grove botjes. |
Bescherming
Bij het merendeel van de broedgevallen was ingrijpen door oehoebeschermers nodig om verstoring te voorkomen. Bij de ENCI is in overleg met het bedrijf het storten van vuursteen voor de nestlocatie stilgelegd. In een andere groeve zijn in overleg met initiatiefnemers maatregelen genomen om verstoring door een sportevenement te voorkomen. In een derde groeve is door de voortschrijdende winning de nestwand verdwenen, ook hier zou overleg met de groeve-eigenaar wellicht soelaas hebben kunnen bieden.
In Limburg werd in 2005 een nest met 3 jonge Oehoes bijna bedolven onder het zand bij het dichtgooien van een deel van de groeve. Door tijdig ingrijpen van Paul Voskamp werd het nest op het nippertje gespaard (De zandkluiten lagen al in de nestholte). Helaas verlieten de pullen een dag later vervroegd het nest. Later werden hier nog twee jongen gehoord.
Ik wil dan ook een dringend beroep op bestuurders doen om van het wegwerken van steile wanden onder een talud van dekzand af te zien. Ook het inplanten van bomen zou in groeves achterwege moeten blijven. In elke groeve zou in ieder geval een steile wand moeten blijven bestaan van zo'n 10 m. hoog en 50 m. lang. Voor zowel de veiligheid alsmede het creëren van rugdekking voor Oehoes kunnen dergelijke wanden aan de bovenzijde worden ingeplant met braam en/of bijvoorbeeld meidoorn. Door de dichte - , stekelige vegetatie die dan ontstaat zijn de steile wanden voor spelende kinderen onbereikbaar, en kunnen de uilen ongestoord op de bovenkant ervan broeden. Niet alleen Oehoes hebben baat bij een dergelijke aanpak, maar ook oeverzwaluw, Boomleeuwerik , verschillende amfibieënsoorten alsmede de specifieke 'groeveflora'. De verantwoordelijk gedeputeerde van de provincie Limburg heeft in het voorwoord van het themanummer van het Natuurhistorisch maandblad 'Verborgen valleien' (april 2004, jaargang 93) het volgende geschreven: "ook voor de toekomst kan ik u verzekeren dat de ideeën uit 'Verborgen valleien' hun weg zullen vinden in de afwerking van de groeven."
In Limburg is een werkgroep opgericht die zich specifiek met de bescherming van de Oehoe bezig gaat houden. Ook in Duitsland doen natuurbeschermers momenteel een beroep op de politiek om steile wanden in alle soorten groeves te beschermen.
Het op de voet volgen van oehoebroedgevallen is vanuit het oogpunt van bescherming een zinvolle bezigheid. Het geheimhouden van broedgevallen (voor groeve-eigenaren) wordt afgeraden; door de onbekendheid met het broedgeval bestaat er een grotere kans dat er iets misgaat. Dit geldt zeker voor broedgevallen in actieve groeves.
De beschermingsacties die nu worden ondernomen bieden kansen voor de Oehoe in de toekomst. De rest moeten de vogels echt zelf doen.
Een woord van dank is op zijn plaats voor iedereen die op welke manier dan ook een bijdrage heeft geleverd aan het oehoeonderzoek in Nederland en de Duits/Nederlandse grensstreek.
Die bijdrage loopt uiteen van het reageren op een e-mail tot het uitgebreid onderzoeken van gebieden. Juist ook mensen die gebieden hebben bezocht, maar niets aantroffen zijn voor het volgen van de eventuele opmars van enorm belang.
Voordat ik overga tot het noemen van het leger medewerkers, wil ik een aantal mensen toch speciaal noemen. Te beginnen met Paul Voskamp, met wie ik soms bijna dagelijks contact had. Hij zorgde ook voor een rondleiding langs alle Limburgse broedplaatsen en leverde suggesties voor verbetering van dit verslag. Ook Walter Hingman uit Duitsland heeft enorm veel werk verzet. Samen met hem hebben we vele groeves in de West-Duitse grensstreek bezocht. Gisbert Lütke leidde ons rond in het Teutoburgerwald en hij kwam over naar Nederland om een holte te hakken in een groeve. Martin Lindner bezocht ik in Sauerland, alwaar we verschillende broedplaatsen op de aanwezigheid van jongen controleerden.
Verder is een woord van dank op zijn plaats voor:
Peter & Els van den Akker, R. Asmussen, Jan-Joost Bakhuizen, TheoBakker, Andreas Barkow, Wilhelm Bergerhausen, Rob Bijlsma, Martin Blom, Frans ter Bogt, Marcel Bonder, Marja van den Bos/Mulder, Henri Bouwmeester, Han Bouwmeester, Steven van den Brand, Jeroen Bredenbroek (SBB), Tim van den Broek, Sjaak Bruggeman, Onno de Bruijn, Luc de Bruijn, G. Buitenhuis, Jan Cornelissen (KNNV), Jos Custers, Lutz Dalbeck, G. Dam , Harvey van Diek, Harry van Diepen, Jan van Diermen, Koos Dijksterhuis, Daniel Doer, Huub Don, Ruud van Dongen, Pascal Duenk, A. van Duijn (NIC Naturalis), Han Duyverman, Wim Elferink, Jan Erftemeijer, Gerrit Foekens, H. Folkerts, Jasper Gelderblom (SOVON DC 12), Barend Gemerden (Vogelbescherming), R. Gerritsen, Sonja & Hans Grooters, Nico de Haan, Stefan Halewijn, Claudia Haman, Hans Hasper (provincie Limburg), Arne Hegeman, Georg Heisterkamp, Walter Hingman, Benno van den Hoek, Henk Hof, Hans van Hoorn, Mathias Houters, Frans & Marga Hueben, Ben Hulsebos, Christopher Husband, Justin Jansen, Wim Jansen, Hugh Jansman (Alterra), Ultsje Jellema, Michael Jöbges, Mathias Kouters, Jörg Kremer, Ab Kreunen, Otto Kwak, Robert Kwak, Rob van der Laak, Jo Langeweg (Ankerpoort maalbedrijven), Rudi Lanjouw, Pim Leemreise, Danny de Leeuw, Theo Lent, Mardik Leopold (Alterra), James van Leuven, Martin Lindner, H.J. van der Loo, Gisbert Lütke, Harm Meek, Anton Meenink, Jan Meijerink, Jürgen Mingels (Vereniging tot Natuurbehoud Cadier&Keer), Arthur Mol, Peter Mommers (ENCI), Gerrie Nijenhuis, Peter Nijskens, Boena van Noorden (provincie Limburg), Paul Norp, Frank Oldeloohuis, Hanneke Oudega, Horst Papenfuß, Roy Pepels (provincie Limburg), G. Pieters (provincie Gelderland), Wil Quaedackers, Hans Rauwerdink, Jirsi Reinders, Nicole Reneerkens, Stef van Rijn, Mathias Schleinzer, Michael Schmolz, Ran Schols, Rody Schroder, Dick Sellink, Willy Smeenk, Udu Stangier, Martin Steverding, Pascal Stroeken, Jan Stronks, Erwin & Renate Stronks, Hans Turin, Hans-Peter Uebelgunn, Bert Verboog, Dylan Verheul (waarneming.nl), R.J.J. Vlek, W.A. Vliek (provincie Overijssel), Piet Vlietstra, Bas Voerman (SOVON), Martijn Vogels, Rob Vogels, Holmer Vonk, Geerling Vos, Paul Voskamp, Berend Voslamber, Hisco de Vries(waarneming.nl), Coen Waltmans (www.vogelregistratie), Geert Wamelink, Sylvain Wamelink, Henk Wessels, Claire Whitby-Smith (Engeland), Hennie Wieland, Henk Wieland, Dick Wiggers, Jan Wikkerink, H.J. Windeln, Steven Wytema, Rypke Zeilmaker, Roel Zijlstra.
Al deze mensen hebben gereageerd op e-mail, waarnemingen doorgegeven, botjes gedetermineerd, op vraag gebieden bezocht of anderszins een bijdrage geleverd. Het kan haast niet anders of ik ben wel iemand vergeten te noemen. Mocht dat zo zijn, reageer gerust. Dan kan ik volgend jaar een en ander aanpassen.
_______________________________________________Literatuur
Dalbeck, L. (2001): Uhus in Mitteleuropa: Wechselvolles Schicksal der größten Eule. Der Falke 48, 2001: 197-201
Gluts von Blotzheim U.N. & Bauer K.M. (1980) : Handbuch der Vogel Mitteleuropas 9.
Natuurhistorisch Genootschap in Limburg (2004). Natuurhistorisch maandblad april 2004 jaargang 93. Verborgen valleien.
Voskamp P. (2004). Opmars van Oehoes in Zuid-Limburg. Limburgse Vogels 14 : 1-8.
Wassink G.J. (2003). Eerste broedgeval van Oehoe Bubo bubo in de Achterhoek. Limosa 76/1, 2004: 1-10.
onlangs verschenen literatuur in Nederland:
Böhre, Paul (2004). Oehoe blijft, Te zien in Zuid-Limburg. Grasduinen november 2004: 22-25.
Bijlsma R.G. (2004). Oehoe, uil van Troje ? Vliegend Hert nr. 1, 2004 : 30-45.
Damink, Hans (2004). Biotoopgebruik van oehoes in groeven. Natuurhistorisch maandblad april 2004; Verborgen valleien, 101-104
Voskamp P. (2004). Opmars van Oehoes in Zuid-Limburg. Limburgse Vogels 14 : 1-8.
Wassink G.J. (2002). Prooidieren van de Oehoe in de Achterhoek. De Leunink 29/2-4, 2002: 28-58.
Wassink G.J. (2002). Determinatie Achterhoekse oehoe via e-mail. De Leunink 29/2-4, 2002: 58-70
Wassink G.J. (2003). Broedgeval van Oehoe bubo bubo op kunstnest. De Leunink 30/3&4, 2003: 83-92.
Wassink G.J. (2003). Eerste broedgeval van Oehoe Bubo bubo in de Achterhoek. Limosa 76/1, 2004: 1-10.
Wassink G.J. (2003). Tweede broedgeval van de Oehoe bubo bubo in de Achterhoek. Athene,nieuwsbrief STONE nr. 8, december 2003: 32-37.
Wassink G.J. (2004). Opmars van de Oehoe (bubo bubo) in Nederland, een langzaam proces. De Leunink 31/1, 2004: 3-13.
Wassink G.J. (2005). Is er een toekomst voor de Oehoe in Nederland ?. Uilen Nieuwsbrief jaargang 1 nummer 1, 2005. (Langere, officiële versie verschijnt in Natura).
Zeilmaker, Rypke (2004). Duitse oehoe verdringt Hollandse Havik. Bionieuws september 2004.