Onderzoek bij Ransuilen

Bert Jan Bol
Click op de fotos om ze te vergroten / verkleinen

Foto: Kees v.Westrenen
Herveld Gelderland,
de gemeente Overbetuwe


Onderzoek naar de overleving van ransuilen met behulp van vleugelmerken
De ransuil is in de Haarlemmermeer, Zuid Kennemerland en delen van Amsterdam een vrij algemene uilensoort. Sinds het eind van de jaren tachtig worden in deze regio op circa 15 slaapplaatsen ransuilen geďnventariseerd.
Het aantal uilen varieert jaarlijks tussen de 80 120 exemplaren.

De fluctuaties in de aantallen zijn veelal een direct gevolg van de jaarlijkse schommelingen in de veldmuizenstand en het daaraan gekoppelde broedsucces. Andere factoren zijn ook van invloed op de populatiegrootte. Hierbij kunnen we denken aan de geleidelijke verandering c.q. vernietiging van het agrarische landschap. Dit heeft lokaal een blijvende negatieve invloed op de aantallen van sommige slaapplaatsen te zien gegeven.

De eerste jaren van de aanleg van nieuwe recreatiebossen, de extensief beheerde wegbermen en overhoekjes langs autowegen en in het bijzonder de uitbreiding van de Luchthaven Schiphol vormen hierop een positieve uitzondering. De keerzijde is wel dat de laatst genoemde gebieden weer gekenmerkt worden door de nodige verkeer en vliegtuigslachtoffers.
De vestiging en toename van de havik lijkt meer invloed te hebben gehad op de broedplaatskeuze van ransuilen dan op de aantallen gemeten op de slaapplaatsen. Ondanks de vele veranderingen in een dynamisch gebied als de randstad weet de ransuil zich op een redelijk stabiel niveau te handhaven. Dit zegt veel over de opportunistische leefwijze van deze uilensoort.

Om inzicht te krijgen in de groepssamenstelling en overleving van ransuilen worden sinds 1993 niet alleen nestjongen maar ook volwassen ransuilen op slaapplaatsen gevangen en geringd. Uit terugvangsten is gebleken dat het merendeel van de nestjongen samen met hun ouders in de aansluitende winter op de slaapplaats verblijven.
Iedere slaapplaats blijkt te bestaan uit één of meerdere kernparen. Deze dominante paren eisen in het volgende voorjaar de in de buurt van de slaapplaats gelegen territoria op. Vanaf het eind van de winter trekt een deel van de jonge vogels weg en een deel blijft om in toekomstige jaren de rol van kernpaar over te kunnen nemen.


Foto: Bert Jan Bol

Om meer duidelijkheid in de overleving te krijgen is het noodzakelijk de uilen regelmatig te hervangen. Na enkele winters bleek dat hervangsten niet tot nauwelijks werden gerealiseerd. Blijkbaar maakt het vangen en ringen zoveel indruk op ransuilen dat de opgedane ervaringen definitief worden opgeslagen in het lange termijngeheugen. Uit onder meer enkele terugmeldingen van verkeersslachtoffers, de plaatstrouw wat betreft broedlocaties en gezien specifiek individueel gedrag werd verondersteld dat het jaarlijks (voor een deel) toch om bekende ransuilen zou moeten gaan. Om dit te kunnen bewijzen moest een andere onderzoekstechniek worden geintroduceerd.

vleugelmerken
In de winter van 1997 is, na een terdege vooronderzoek met enkele ransuilen uit een vogelasiel, op beperkte schaal gestart met het plaatsen van permanente op afstand afleesbare vleugelmerken.
De onbekende factor was hoe ransuilen in de vrije natuur zouden reageren op het dragen van vleugelmerken. In de literatuur was wel het een en ander bekend maar het betrof dan altijd ervaringen met andere vogelsoorten dan uilen. In de praktijk bleek het geen bezwaar.


De vleugelmerken zijn standaard wit van kleur met een dubbele zwarte lettercode. Het plaatsen van de merken begint met het uitmeten van de exacte locatie op de vleugel. Daarna wordt het vleugelmerk als een piercing met behulp van een roestvrijstalen pennetje door de vlieghuid op de vleugel gefixeerd. De merken hebben een lichte buiging waardoor ze gestroomlijnd over de botten van de onderarm liggen. Om de kans op aflezingen te vergroten wordt op beide vleugels een merk aangebracht. Voor het loslaten wordt de aangeprikte huid ontsmet met applicatievloeistof (chloorhexidinedigluconaat).

Het voordeel van vleugelmerken ten opzichte van alleen een pootring is dat het percentage terugmeldingen aanzienlijk gestegen is van circa 15 tot 35 procent. Tevens verschaft deze methode beduidend meer inzicht in de levensloop van individuele ransuilen doordat zij met enige regelmaat kunnen worden afgelezen op de slaapplaats of als broedvogel bij het nest.


Foto: Bert Jan Bol

In dit verband is de levensloop van ransuil AV het vermelden waard. Dit destijds na tweede kalenderjaar vrouwtje werd in het voorjaar van 1997, als partner van een bigaam mannetje, gevangen in een voortuin van een woning langs de Zwanenburgbaan ter hoogte van Schiphol.
In mei van hetzelfde jaar werd ze voor het laatst in de bewuste tuin afgelezen.
In de winter van 2004 werd ze voor het eerst sinds jaren weer waargenomen op een kleine slaapplaats in een woonwijk in Badhoevedorp.
Ook in 2005 werd vrouwtje AV regelmatig op deze locatie afgelezen.
Helaas werd ze in februari 2006 als verkeersslachtoffer gevonden op de rijksweg A4 ter hoogte van Hoofddorp. Met een leeftijd van minimaal 12 jaar is dit vooralsnog een van de oudst bekende exemplaren in de regio. Aan de hand van de vleugelmerken blijkt het hier niet om een uitzondering te gaan. Momenteel zijn er tientallen ransuilen bekend die een leeftijd hebben of hebben bereikt van 6 jaar of ouder.


Het aflezen van de dubbele lettercode is niet altijd even eenvoudig. Vaak wordt dit bemoeilijkt doordat de merken gedeeltelijk verscholen liggen onder de schouderveren. Over het algemeen is op de linkervleugel de linkerletter en op de rechtervleugel de rechterletter van een merk goed afleesbaar. Door nu beide letters te combineren ontstaat de volledige code. Bij een ransuil in alerte houding daarentegen zijn de beide letters van een merk meestal wel goed afleesbaar. Het probleem is echter wel dat een alerte uil in principe in de startblokken staat om op te vliegen en dit leidt veelal tot het verstoren van de totale slaapplaats. In het belang van de uilen zou altijd voldoende afstand tot de slaapboom in acht moeten worden genomen. Het gebruik van een telescoop verdient daarom de voorkeur. Als een gevleugelmerkte uil ongunstig zit is het aan te bevelen om het op een ander moment van de dag nog eens te proberen. Ransuilen zijn ware zonaanbidders wat tot gevolg heeft dat hun zitpositie gedurende dag wisselt. In de praktijk blijkt aflezen met harde wind goede resultaten op te leveren omdat de schouderveren dan regelmatig opwaaien. Hierdoor krijg je vrij zicht op de beide letters van een merk.

Uit de terugmeldingen is gebleken dat ransuilen zich in alle richtingen verspreiden. Vogels die tot een vaste populatie behoren, leven hun hele leven in principe binnen een straal van gemiddeld 7 kilometer rond de slaapplaats. De meeste ransuilen die de regio verlaten worden teruggemeld binnen een straal van 75 kilometer. Van de tot op heden 300 gevleugelmerkte exemplaren zijn er slechts twee uit het buitenland gemeld. Eén ransuil werd na twee jaar gemeld uit België en een tweede uil na een jaar uit Zweden.

Aflezingen of niet compleet afgelezen vleugelmerkcodes, aangevuld met gegevens als datum en locatie, kunt u zenden naar mailto:bjbol@hetnet.nl
U wordt dan door mij geďnformeerd over de levensgeschiedenis van de betreffende vogel. Indien u in het bezit komt van een gevleugelmerkte ransuil wordt u verzocht deze aan de hand van het ringnummer rechtstreeks te melden bij het Vogeltrekstation http://www.vogeltrekstation.nl
Bert Jan Bol


Foto: Bert Jan Bol























Foto: Kees v.Westrenen
Herveld Gelderland,
de gemeente Overbetuwe